Zomer 2024 – 22 – tweede etappe naar huis

Vandaag reden we het tweede stuk van onze terugreis. Een kleine 500 kilometer van iets onder Poitiers tot net boven Parijs. Vandaag was ook de dag dat Google Maps besliste “we gaan Stefan eens kl*ten en hem over de Parijse Périphérique sturen tijdens de zondagnamiddagspits”.

Voor de rest was het een normale reisdag. Eerst 12 kilometer moeten rijden om een tankstation te vinden (“onze camping is rustig gelegen”) en dan een drietal uurtjes rijden tot net onder Parijs. Daar hebben we onze lunch opgegeten op het dorpsplein van een onooglijk klein dorpje en heeft papa het chemisch toilet zuiver gemaakt en de voorruit gewassen.

Toen doken we Parijs in waar we de enige niet-auto waren (welke gek rijdt met zo een groot ding ook de périphérique op?). De vele motors en politiewagens die door de files “schoten” hielpen niet, om nog maar te zwijgen van de lege linkerrijstrook die gereserveerd was voor verkeer van de olympische spelen (die nog niet gestart zijn maar wel al 25% van de weg innemen).

Rond 17u45 arriveerden we op camping “Coeur de la Forêt” https://lecoeurdelaforet.fr, uitgebaat door een vriendelijke tweetalige Brusselaar. Papa kocht een lekker lokaal biertje (Le Rieul) en we aten een bordje pasta onder de luifel. We namen een heerlijke douche in het zeer propere sanitairgebouw maar rond 21u15 werd het te fris buiten, dus nu zitten we rustig binnen wat te lezen of blog te typen.

Morgen nog ongeveer 360 kilometer tot thuis … Ferre telt de minuten.

Zomer 2024 – 21 – eerste etappe naar huis

De rit naar huis doen we dit jaar in drie keer, kwestie van het een beetje aangenaam te houden voor de chauffeur. En tijd hebben we sowieso nog genoeg 😉.

Vanochtend ging het ontwaken en ontbijten wat trager dan gewoonlijk, omdat de mannen niet zo goed geslapen hadden door de hitte. Maar rond 9u40 vertrokken we dan toch voor de eerste etappe richting Dilsen. We reden van Irún over Bordeaux richting Poitiers. De bedoeling was om tot in Poitiers te rijden, maar om een grote file in Bordeaux te vermijden reden we een stukje over D-wegen rond Bordeaux om. Hierdoor (en door het drukke verkeer) was de rit toch iets vermoeiender dan gepland, en na een korte tussenstop in het dorpje Cadillac reden we door tot in Montalembert.

In Montalembert, gelegen tussen Angoulême en Poitiers, kwamen we terecht bij Nadia en Kurt, een Vlaams koppel dat hier sinds 3 jaar woont en dit jaar voor het eerst de camping open doet. Op hun mini-camping “Pays de Joie” is plaats voor 6 campers of caravans, maar ze hebben ook Glamping tenten en gîtes te huur. We konden deze avond gezellig mee aanschuiven aan de lange tafel om samen met de andere campinggasten te genieten van Provençaalse gratin met chipolata worstjes. Koffie en een lekker dessertje waren de kroon op een gezellige avond vol verhalen en ervaringen.

Volgende keer dat we door Frankrijk naar het zuiden rijden, stoppen we zeker opnieuw bij Nadia en Kurt. Hun website vind je op https://www.paysdejoie.com.

Morgen eten we hier nog op ons gemakje het ontbijt en dan rijden we verder richting België, tot ergens boven Parijs.

Zomer 2024 – 20 – Bilbao/Guggenheim

Vanochtend deden we het rustig aan, de nacht was te warm en drukkend om goed te slapen. Na het ontbijt namen we de trein naar Casco Viejo, het oude centrum. Daar wandelden we opnieuw door de oude straten, die nu meer op een bedrijventerrein leken door alle bestelwagens die kwamen leveren aan de kleine winkeltjes. We aten een tweede ontbijt bij Starburcks en wandelden naar een uitzichtpunt bovenaan de stad. Wat een mooie stad, ook van hierboven.

Na de lunch wandelden we naar de rivier waar Ferre en papa het Guggenheim museum bezochten. Ferre twijfelde eerst of hij zou meegaan, maar uiteindelijk was hij toch blij met zijn keuze. Twee van de drie verdiepingen waren echt wel de moeite, met kunst van Jef Koons, Andy Warhol, Rothko en een speciale tentoonstelling van Yashimoto Nara. En ook het gebouw van de hand van Frank Gehry is indrukwekkend, van de binnenkant én van de buitenkant.

Na het museum aten we nog een ijsje bij Amorino en namen de trein terug naar de camperplaats. We reden alvast honderd kilometer richting België, tot net achter San Sebastian. We staan hier op een verouderde/verloederde camping in Irún, maar het sanitair is gelukkig proper en het is hier niet te warm om te slapen.

Morgen begint de grote terugtocht naar Dilsen, tegen maandag hopen we thuis te zijn. Het volgende weekend is al volgepland met een verblijf in Camperpark Westende. Dus we hebben net tijd om de was te doen en de camper te poetsen.