Twee hete dagen aan de Wörthersee

Woensdag en donderdag waren onze laatste dagen aan de Wörthersee. Heet dat het hier is! Het water in het meer was vandaag 26°C, de buitentemperatuur 32,5°C in de schaduw. Dus zochten we de verfrissing op.

Vanmorgen startten we met een lekker ontbijtje, broodjes gehaald door Ferre. Om 6u50 riep hij al of hij mocht vertrekken, om 7u30 hebben we hem dan maar laten gaan. Hij was zelfs al aangekleed en alles! Na het ontbijt (uiteraard buiten, onder het luifelke in de schaduw) wandelden we naar het meer waar we een elektrisch bootje huurden voor een uur. Het tochtje op het meer was lekker verfrissend en ook mooi. Er liggen rond het meer enkele heel mooie huizen, mooie ligweides en leuke dorpjes. Na het boottochtje wandelden we even langs het water en dronken wat aan het cafeetje aan de haven. De dagelijkse inkopen gingen we nog rap in de Spar doen.

Namiddag trokken we eindelijk naar het strand. Ik zeg eindelijk, ik had het tot vandaag kunnen tegenhouden :-). We zochten een lekker plekje onder de bomen, Ferre en Ilse waagden zich enkele keren in het water en ik las een half boek uit. Rond 17u waren we terug aan de mobilhome waar, rond half zeven hadden we het eten klaar en op.

De fietsen staan al terug op de fietsenrek, de rest volgt straks nog. Morgen rijden we naar Wohnmobil-Stelplatz Graz waar we twee nachten blijven. Daarna rijden we door naar Wenen.

Een leuke verrassing

Gisteren waren we rustig aan het afkoelen in het meer, toen plots de telefoon ging. Claire en Alain waren onderweg terug van Kroatië en wilden even langskomen. Nadat we hun het adres hadden doorgegeven ging ik hun opwachten aan de toegang naar het strandbad.

Rond 12u30 arriveerden ze en Ferre stond al klaar met het aperitief en een chipske.

Na het aperitief gingen we uiteraard wat eten in de bar van de camping en we sloten het bezoek af met een korte wandeling aan het meer.

Een leuke verrassing, voor herhaling vatbaar. Wie komt nu? Lonne?

Voor Ferre: de sage van de lintworm

Speciaal voor Ferre heb ik een beetje opzoekwerk gedaan over de lintworm, een mythisch dier dat prominent aanwezig is in Klagenfurt.

Een lintworm is een mythisch wezen, een slangachtige half-draak uit de Europese mythologie. De lintworm is ook bekend onder zijn Scandinavische naam ‘Lindorm’ of het Duitse ‘Lindwurm’. Ze worden soms afgebeeld met vleugels, maar niet altijd. Er zijn lintwormen zonder poten, met twee of met vier poten. De beet van een lintworm zou giftig zijn. In Noorwegen zag men de lintworm als een zeedraak.

Vroeger werd geloofd dat lintwormen voornamelijk leefden in de Alpen en Scandinavië. Ze aten vooral vee en lijken, die ze van begraafplaatsen opgroeven. Tot in de 19e eeuw geloofde men dat lintwormen echt bestonden. Gunnar Olof Hyltén-Cavallius verzamelde zo’n 50 verhalen van mensen die vertelden de enorme beesten zelf gezien te hebben. Hij loofde een beloning uit in 1884, maar er werd nooit een lintworm gevangen.

De lintworm komt voor in verschillende wapens. Verschillende namen zouden gebaseerd zijn op dit mythisch wezen, zoals Limburg (Nederland) en Limburg (Belgische provincie). De gevleugelde lintworm op Skandinavische wapens is nagenoeg identiek aan de wyvern in Engeland en elders in West-Europa.

Symbool van de stad Klagenfurt is de Lindwurmbrunnen, de fontein met de lintworm, die volgens de legende moest worden bestreden ten tijde van de stichting van de stad. Deze draak is ook afgebeeld op het stadswapen. De fontein bevindt zich op de Neue Platz, waar zich ook het raadhuis bevindt.

aut_klagenfurt_coa-svg

De sage van de lintworm van Klagenfurt (ik heb mijn best gedaan om het te vertalen uit archaïsch Duits, ik vond geen nederlandse tekst):

Indertijd, toen hertog Karast aan het hoofd stond van de Karnburcht, was het gebied van de Wörthersee tot aan de Drau bedekt met moeras, mos, dichte struiken en donkere bossen.

Terwijl talrijke kuddes wel graasden in het gebied, had nog zelden een mens voet gezet in deze angstaanjagende en ondoordringbare duisternis. De reden hiervoor was eenvoudig: nog nooit was iemand teruggekeerd nadat hij het gebied betreden had.

Ook verdween er menig rund en zochten herders vergeefs naar hun verloren dieren. Niemand heeft ooit de “wurger” gezien die dit deed, die mensen en dieren verslond, want meestal lag er een dikke mist over het gebied. Af en toe hoorden ze wel een gegrom of een verschrikkelijk gehuil opstijgen vanuit de mist. De hertog gebood zijn dapperste onderdanen naar het gebied te gaan om de schuilplaats van het monster te vinden en om het monster te doden. Maar vergeefs, zelfs de dappersten hadden schrik en durfden de tocht niet te ondernemen.

Enkel met een list konden ze dus het monster uit zijn schuilplaats lokken. In geen tijd bouwden ze een uitzichtstoren aan de rand van het moeras zodat ze hun vijand vanuit de verte korte gadeslaan door de gaten in de toren.

Een handvol moedige knechten van de hertog trok ten strijde tegen de wurger, aangetrokken door de prijs die op zijn hoofd stond. Want de hertog had beloofd dat wie het dier kon verschalken, door list of door geweld, de eigenaar zou worden van het hele gebied tussen twee rivieren, zover als het gebied reikte waarover het vreselijke monster heerste. Bovendien zouden slaven vrij zijn als zij hielpen.

De knechten bonden een vette stier vast en maakten er een koord met haak aan vast. Het gebrul van het angstige dier vulde de hele omgeving. Het duurde niet lang of het monster dook op uit het moeras, het water spoot tot hoog in de lucht. Als een pijl schoot de vreselijke lintworm vooruit, gevleugeld en voorzien van dikke schubben. Zijn klauwen grepen het beest en zijn met tanden gevulde kaken openden zich om de angstige stier te verslinden. Het monster beet zich vast in de weerhaak en de knechten sprongen te voorschijn om de draak neer te knuppelen. Nog één keer kronkelde het lange slangenlijf rond en toen was het voorbij en was het land bevrijd van de lintworm.

Op de plaats waar het gevecht met deze draak plaatsvond, ontstond een mooi dorpje en op de plaats waar de toren stond bouwde de hertog een echte burcht. Uit dit lieflijke dorpje en deze burcht ontwikkelde zich in de loop der eeuwen een stad, de huidige hoofdstad van Karinthië, het mooie Klagenfurt.