Zomer 25 – 16

21 graden, zonnig gestart en zeer mistig geëindigd.

Als ontbijt aten we croissants van de lokale bakker (heerlijk) en maakten daarna alles klaar voor de verplaatsing naar Boulogne-sur-mer. De camperplaatsen die we eerst in gedachte hadden, gaven ons een onveilig gevoel dus reden we door naar Camping Le phare d’Opal in Le Portel, net ten zuiden van Boulogne-sur-mer. Deze camping is erg basic en voelt heel Frans aan: rommelig en slecht verzorgd. Zo loopt het afvalwater van de achterburen (een bungalow die hoger ligt) gewoon over onze kampeerplaats. Een unicum 😳.

Maar de mensen zijn vriendelijk en na wat manoeuvreren (en het gebruik van oprijblokken) kregen we de mobilhome min of meer horizontaal in de sterk hellende en overwoekerde staanplaats.

We aten een baguette en sprongen op de fiets/step naar het centrum, een tochtje van ongeveer 5 kilometer. Na wat omwegen in de lokale vissershaven arriveerden we kort na de middag aan Nausicaa. Dit grote aquarium werd ons aangeraden door Google, TripAdvisor en de buren op de camperplaats eergisteren. We waren een kleine 100€ kwijt om binnen te geraken, dus de verwachting lag redelijk hoog. Deze kon echter niet volledig ingelost worden: er waren enkele zeer mooie en grote aquaria te zien, maar er was vooral veel uitleg rond ecologie en andere wetenschappen. Leuk voor een schoolreis (en dat was ook te merken aan de groepen in het pand), maar wij kwamen toch vooral voor de dieren.

Na een tweetal uurtjes fietsten we naar het centrum waar we een terrasje deden, enkele winkels bezochten en uiteindelijk gingen wandelen en geocachen op de oude stadsmuren. Rond half zes wilden we nog iets eten in de stad, maar de restaurants serveren pas vanaf 19u eten hier.

Dus fietsten we terug naar de camping, maar dit keer met een flinke omweg omdat papa de hele tijd verkeerd reed. Was het de vermoeidheid, de Tripel Karmeliet of het drukke verkeer? Uiteindelijk reden we de laatste kilometer door natte mist waardoor we verkleumd waren toen we terug “thuis” kwamen.

Snel andere (dikkere) kleren aan en weer op zoek naar een restaurantje, dit keer in Le Portel. we passeerden enkele zaakjes en stapten uiteindelijk binnen in Le Parapet. Een eenvoudige brasserie met lekker en betaalbaar eten. Vriendelijke en snelle bediening, zelfs nu het restaurant helemaal vol zat.

De avond eindigde met een douche en rond 22:30u kropen we onder de wol.

Zomer 25 – 15

21 graden, winderig en zonnig.

Vanochtend was 2/3 van het gezin vroeg op, het ander 1/3 had meer moeite met opstaan. We sliepen rustig op de camperplaats in Wissant en maakten na het ontbijt kennis met de Nederlandse en Belgische buren. Een koppel uit Eindhoven en een koppel uit Antwerpen.

Na de gewoonlijke opruim reden we naar Audresselles, camping Les Ajoncs. Dit dorpje heeft iets meer dan 600 inwoners en de camping ligt op enkele 100-den meters van het strand. Het is een zeer mooie en verzorgde camping, met bovendien een vriendelijk onthaal.

Na aankomst reden mama en papa naar de supermarkt voor eten&drinken, nauwelijks een kilometer van onze plek. Na de lunch wandelden we over het strand naar het volgende dorpje waar we iets drinken op de dijk. Onderweg hadden we op het kiezelstrand een hoop stenen verzameld en gespleten, op zoek naar fossielen. Zelf zagen we er niet dadelijk fossielen in, maar volgens de app die Ferre op zijn smartphone had gezet waren het toch wel degelijk fossielen in de stenen.

Als avondeten staken we de bbq aan waarop onder andere witte worsten gebakken werden. Althans, dat dachten we. Het bleken worsten te zijn met stukjes ingewanden van varkens. Het klinkt vies, het zag er vies uit en het smaakte even vies als het klonk en uitzag. Yuck!Gelukkig hadden we nog enkele kleine stukjes kip, dus we kregen toch de nodige proteïnen binnen.

De avond besloten we zoals gewoonlijk met een heerlijke douche en een spelletje Skipbo.

Zomer 25 – 14

21 graden, bewolkt en veel wind.

Vanmorgen startten we weer traag, want het is en blijft vakantie hè. Na het ontbijt stepten/fietsten we naar het centrum van Calais. Daar vonden we niet veel bijzonders. Een half leegstaand winkelcentrum, een gesloten kerk en nog meer afgesloten straten. Altijd amusant als je moet fietsen in een onbekende stad.

Als lunch maakten we canneloni in de Omnia pan en daarna reden we richting het zuiden met bestemming Cap Blanc Nez. Helaas stonden alle campings daar vol dus reden we door naar Wissant. Onderweg werden we tegengehouden door de Franse collega’s van Jürgen. Ze maakten me er attent op dat oortjes in Frankrijk ook verboden zijn voor hardhorige vijftigers die de instructies van de gps niet horen. Na een alcoholtest (met mijn rood verbrande neus zag ik er verdacht uit) mochten we onbeboet doorrijden.

In Wissant probeerden we eerst op de camping te geraken, maar ook die was “complet”. Dus na alweer een gevecht met een ander type check-in-zuil reden we de Aire de camping car op. Hoe geraken mensen die nóg ouder en digibeet zijn op deze camperplaatsen??

We wandelden langs het strand naar Cap Blanc Nez met hevige wind in de rug. Op de terugweg merkten dat het water nog hoger stond waardoor het strand helemaal blank stond. Dus klommen we over rotsen en over het terras van een vakantiehuisje terug naar onze vertrekplaats in Wissant. Daar aangekomen dronken we iets lekkers in de plaatselijke strandbar waarna we verder (en goedkoper) aperitiefden aan de camper 😁.

De manier waarop we aan vers water geraakten om te douchen … dat verhaal is te lang … maar weet dat ik er een natte broek en natte schoenen aan overhield.

Papa bakte pannenkoeken voor Ferre en mama en papa aten als diner een baguette met beleg.

Morgen rijden we iets verder richting zuiden. Onze missie: fossielen vinden, niet enkel zoeken 😁.