Op de elfde dag van onze zomervakantie stonden we weer vroeg op om de taxi naar Zermatt te nemen. Want dit dorpje is enkel te bereiken met trein of taxi, je mag er niet met de auto naartoe.
Om 9u stipt pikte een luxueuze taxibus ons op, samen met 10 andere reizigers, en bracht ons in 20 minuten naar Zermatt.
Wanneer je aankomt in het idyllische Zermatt, stap je letterlijk op de alpenweide (Matten) waar dit autovrije bergdorp zijn naam aan dankt. Hoog boven de houten chalets torent de iconische Matterhorn uit, die vertaald niets minder betekent dan de “hoorn van de weide”.
We wandelden rustig door de mooie dorpsstraat en vergaapten ons aan de winkels van peperdure merken. Zermatt is na Sankt Moritz het duurste bergdorp van Zwitserland. Een nachtje in een chique hotel begint hier in de zomer aan 1000 EURO per nacht en kan oplopen tot 6000 EURO per nacht. Dan valt de 65 EURO die wij voor de camping betalen nog wel mee.
We hebben even opgezocht waarom alles hier zo duur is: het gemiddeld loon voor een startende master im het onderwijs is in Vlaanderen 3600€ bruto. Hier gaat ongeveer 55% van af voor de staat. In Zwitserland verdient deze zelfde master 8500 EURO per maand, waar slechts 15% van af gaat voor vadertje staat.
De rest van de dag in Zermatt maakten we een prachtige wandeling door een kloof, aten (goedkoop) in de McDonald’s en maakten vele mooie foto’s.










































